Tochten en regels

De rijwiel en tourclub van Prinsenbeek

Een toelichting op tochten en regels binnen RTC Prinsenbeek

Toelichting over de tochten van R.T.C.

Clubritten
De clubritten van R.T.C. Prinsenbeek worden in groepsverband gereden op de in het programma vermelde data en tijden. Voor de verschillende groepen op de zaterdagen en zondagen van maart tot en met oktober. Vanaf april tot en met september ook op de woensdagmiddag en woensdagavond. Voor de dames-groep steeds op de vaste woensdagen en zondagen.
Tijdens clubritten volgens de kalender, en/of wanneer we in een groep aan een andere toertocht deelnemen wordt er van u verwacht om in clubtenue te rijden!

Vertrektijden
Op de zaterdagen van maart tot en met oktober wordt door alle groepen steeds om 13:30 uur vertrokken. Afhankelijk van de opkomst zal er gesplitst worden in verschillende groepen. Op zondagen in maart en oktober is vertrek voor de B+ 09:30, voor de B is de vetrektijd 10:00. Vanaf 1 april tot en met 30 september zijn de vertrektijden ruwweg als volgt: Clubritten op zondag:
B+:        08:30
B:          09:00
Dames: 10:00

Op de woensdagmiddag is de vertrek van de clubritten om 13:30. Clubritten op woensdagavond in april en augustus om 18:30 en mei tot en met eind augustus 19:00 vertrek.

Bij bijzondere tochten is de vertrektijd afwijkend van de bovenstaande en afhankelijk van de lengte. Deze tijden staan om 08:00 of 08:30 en in de kalender vastgesteld.

Vertreklocaties
Op woensdagavond is de vertreklocatie altijd de drie linden te Prinsenbeek. Alle andere tochten vertrekken op de markt in Prinsenbeek.

… Helmplicht…

Het aantal deelnemers aan de clubritten wordt groter en dat juichen wij toe. Door de grotere groep waarin gereden wordt, de toename van de snelheid, het betere materiaal, andere weggebruikers en het enthousiasme zit een ongeluk in een klein hoekje. Bij een ongeluk/valpartij ligt hoofdletsel op de loer!

Het is daarom dat wij onze leden tijdens clubritten verplichten en helm te dragen. Als u het niet voor u zelf wilt doen dan in ieder geval voor het bestuur en medeleden van de club. U kunt zich voorstellen hoe het is om als bestuur huisgenoten na een valpartij te moeten vertellen dat er sprake is van hoofdletsel ten gevolge van een valpartij waarbij de betrokkene geen helm droeg…

Voorkomen is beter dan genezen en wij voelen er niets voor om de put te dempen als het kalf is verdronken.

Vandaar de verplichting aan elk lid om onder geen beding aan onze clubritten deel te nemen zonder het dragen van een helm.

Namens het gehele bestuur, bedankt!!

Veiligheid

Afgelopen jaren hebben zich tijdens onze clubritten situaties voorgedaan waarbij sprake was van een min of meer gevaarlijke situatie. Meestal loopt zoiets goed af, doch het heeft ook geleid tot valpartijen. Kort na een incident wordt vaker luid geroepen als er gevaar dreigt. Hierbij valt op dat iedereen vaak maar iets roept. Vandaar dat het zinvol is om elkaar op een eenduidige manier met signalen te waarschuwen:

Tegen: Dit signaal gebruiken als uit tegenoverstelde richting, dus op de andere weghelft één of meerder weggebruikers ons tegemoet komen. Dat kan een auto zijn, een fietser, en ook bijvoorbeeld een skeeler.

Voor: Dit signaal gebruiken als “onze” rijbaan op een of andere manier wordt geheel of gedeeltelijk geblokkeerd en wij hier rekening mee moeten houden. Voorbeelden zijn: een fietser, een voetganger, een geparkeerde auto. Aan degenen die achter ons rijden, geven we naast een geroepen “voor” ook met een handbeweging aan dat men wat “naar binnen” moet.

Achter: Dit signaal gebruiken, als men ons wil passeren.

Let op: Dit kan gebruikt worden, als bovenstaande signalen niet van toepassing zijn, een aantal van onderstaande zaken worden apart benoemd zoals:
–    Bij een wegversmalling
–    Bij paaltjes op het pad, (meestal geroepen: paaltjes!)
–    Bij gaten in de weg,
–    Bij steentjes (Meestal geroepen: steentjes!)
–    Bij bijvoorbeeld een hond of kinderen.
Het is ook raadzaam eventueel te wijzen naar waar het aan de hand is.

Vrij: Dit signaal gebruiken bij het oversteken van een (onoverzichtelijk) kruispunt of bocht.

Richting aangeven: Geeft tijdig aan als we van richting veranderen, richtlijn 10 seconden of ca. 50 meter vooraf. Doe dit met opvallend handgebaar en roep de richting. In groetere groepen dienen de fietsers op achterste rijen ook richting aan te geven. Voor het achter op komend verkeer is het handig dat de laatste richting aangeven.

Rijdt netjes: Twee aan twee: zo nemen we niet teveel ruimte op de weg in.

Voorbeelden van situaties die ook gevaar op kunnen leveren:

  • Het ontwijken van putdeksels zonder zich te overtuigen dat dit wel kan. Over de meeste deksels kun je gewoon heen rijden en je achterligger houdt niet altijd rekening met jou uitwijkmanoeuvre.
  • Het ontwijken van plassen zonder zich te overtuigen dat dit wel kan. Leuk is het niet altijd, maar je kunt meestal door plassen gewoon heen rijden. Een achterligger houdt niet altijd rekening met jou uitwijkmanoeuvre.
  • Het zodanig uit de wind rijden dat men met zijn voorwiel tussen de achterwielen van de voorgangers rijdt. Bij vermoeidheid vermindert de stuurvastheid en is het niet uitgesloten dat je een achterwiel kunt raken.
    Ook waaiers rijden, het kan maar houdt rekening dat ander verkeer dan veel last kan hebben van de gehele groep. Daarom extra op zowel voorop als achterop komend verkeer letten en op tijd anticiperen.
  • Hard rijden binnen de bebouwde kom. In de bebouwde kom is er het gevaar van overstekende personen, kruisend verkeer en openslaande portieren. Pas daar de snelheid dus op aan!
  • Oversteken, probeer als groep over te steken. Zodat de groep bij elkaar blijft.